Wie tegenwoordig de kortegolf opdraait, stuit al snel op een muur van geluid. Waar vroeger de BBC, Radio Nederland Wereldomroep en Deutsche Welle de ether vulden met een polyfonie aan wereldbeelden, is de bandbreedte nu voor een groot deel het domein van één speler: China Radio International (CRI).
Terwijl het Westen de antennemasten neerhaalde en de stekker uit de analoge wereld trok, bleef Peking onvermoeibaar zenden.
Het luisteren naar CRI op de kortegolf is een nostalgische, maar ook vervreemdende ervaring. Tussen het gekraak en de atmosferische storingen door hoor je die typische, loepzuivere stemmen. Ze vertellen over de oogstfeesten in Xinjiang, de technologische sprongen in Shenzhen of de “harmonieuze samenwerking” langs de Nieuwe Zijderoute. Het is soft power verpakt in het warme timbre van de 25-meterband.

De kortegolf is voor China geen overbodig relict, maar een strategisch instrument. In regio’s waar het internet hapert of onder censuur staat, blijft de radio een onverwoestbaar medium dat geen landsgrenzen kent. Terwijl wij in Europa podcasts luisteren via 5G, vullen de Chinese zenders in Afrika, Azië en Latijns-Amerika het vacuüm dat de westerse publieke omroepen hebben achtergelaten.
Het is een fascinerend schouwspel in de ether: de analoge dominantie van een digitale supermacht. Wie op een late avond de afstemknop van zijn wereldontvanger draait, hoort niet alleen muziek en nieuws; je hoort de volharding van een land dat begrepen heeft dat wie de ether beheerst, het verhaal van de toekomst mede bepaalt, zelfs als dat verhaal via een krakende verbinding uit de jaren veertig tot ons komt.
Met vriendelijke groet René Koolenbrander
Auteur/columnist



