Er is iets wrangs aan de Slag om Arnhem. Niet alleen omdat de operatie zelf zo dramatisch mislukte, maar ook omdat de luchtlandingstroepen eigenlijk al vanaf het eerste moment gevangen zaten in… stilte.

De Britten vertrouwden op hun radio’s, stevige kisten die het front moesten verbinden met divisiehoofdkwartieren, en verderop zelfs met Engeland. Kortegolf, dat was het wondermiddel van die tijd: golven die de ether konden oversteken, die via de ionosfeer duizenden kilometers konden reizen. Alleen, ironisch genoeg, konden ze in Arnhem vaak niet eens van de ene straat naar de andere komen.

Het probleem zat niet in de moed van de mannen, maar in de techniek. De radio’s waren afgestemd op te lange golven voor de korte afstanden in de stad. Het beboste en bebouwde terrein smoorde de signalen. Interferentie en Duitse zenders deden de rest. Commandanten die dachten dat ze hun mannen konden leiden met microfoon en antenne, ontdekten dat ze opgesloten zaten in hun eigen bubbel. Roy Urquhart, de Britse divisiecommandant, verdween zelfs twee dagen omdat niemand hem wist te vinden – en niemand kon hem bereiken.

Wat doe je als je radio zwijgt? Dan stuur je ordonnansen, lopers, motorrijders. Maar Arnhem was geen vriendelijk landschap. Straten lagen onder vuur, lijnen werden kapotgeschoten, boodschappers keerden vaak nooit terug. Soms kwam er wél een verbinding door naar Engeland, maar te laat en te gefragmenteerd om nog verschil te maken.

En zo werd Arnhem een strijd die niet alleen op de grond verloren ging, maar ook in de ether. De kortegolf, symbool van vooruitgang en moderne oorlogsvoering, liet de para’s in de steek. In plaats van een brug te ver, kregen ze een radiostilte te veel.
Wil je meer weten over de slag om Arnhem, dan kun je natuurlijk altijd het Airborne Museum Hartenstein in Oosterbeek bezoeken en is zeker de moeite waard. (www.airbornemuseum.nl)
Kortegolf leeft, René Koolenbrander 73



