Soms neem je in gedachten een zijstraatje dat nergens op de kaart staat, maar dat je feilloos terugbrengt naar wie je ooit was. Voor mij loopt dat straatje rechtstreeks naar de FM-band, naar de tijd dat een Jostykit HF65-meetzender en een 9 Volt batterij op de werkbank stond en de wereld nog overzichtelijk klein was.
Wie is er níet groot mee geworden? De geur van soldeertin, de handleiding vol schema’s, de spanning of alles het wel zou doen als je de stekker erin stak. De HF65 was geen wonder van techniek, maar wel een wonder van belofte. Want als hij eenmaal werkte, dan was daar ineens iets magisch: jouw eigen signaal in de ether.

Voor mij was het de opstap naar de radiopiraterij. Geen grote ambities, geen commerciële dromen — gewoon muziek delen. Een paar keer per week, laat in de avond, ging de zender aan. 104 MHz. De wereld sliep, maar mijn zender leefde. Bandjes werden zorgvuldig uitgekozen, platen op volgorde gelegd. Elk nummer had zijn moment. En ergens, in donkere slaapkamers en keukens met een zacht brandend nachtlampje, luisterden mensen mee. Dat idee alleen al gaf een ongekende kick.

Het mooiste was misschien wel het spel eromheen. Kat-en-muis met de Radiocontroledienst en soms zelfs met de politie. Het hoorde erbij. Antennes die snel neergehaald konden worden, een zender die in een paar minuten stil moest kunnen zijn. Elk geluid op straat kreeg betekenis. Een auto die langzaam voorbij reed? Hartslag omhoog. Was dit ‘m? Of gewoon een buurman die laat thuiskwam?
Achteraf gezien was het misschien naïef, soms zelfs een tikje roekeloos. Maar het was ook onschuldig, puur en oprecht. Het ging niet om macht of bereik, maar om passie. Om techniek leren door te doen. Om ontdekken hoe ver je signaal reikte, letterlijk en figuurlijk.
Die tijd komt niet meer terug. De ether is voller, de regels strenger, de magie anders verdeeld. Maar ergens, diep vanbinnen, hoor ik nog steeds dat zachte geruis vóór de muziek inzet. Dat moment waarop je weet: hij doet het. Ik ben in de lucht.
En elke keer als ik langs dat denkbeeldige zijstraatje kom, glimlach ik even. Omdat sommige golven nooit helemaal verdwijnen.
Kortegolf leeft René Koolenbrander 73.



