
Je zou het misschien niet verwachten van een hermetisch afgesloten land als Noord-Korea, maar tussen alle gesloten grenzen en digitale muren zendt het regime verrassend veelvuldig berichten de wereld in. Niet via het internet, satellieten of moderne encryptieapps, maar via een medium dat voor velen allang vergeten is: “kortegolf-radio”.
Terwijl de rest van de wereld zich haast richting glasvezel en 5G, blijft Noord-Korea trouw aan een ouderwets maar uiterst effectief communicatiemiddel: HF-radio. Dag in, dag uit stuurt het land via een netwerk van relaisstations gecodeerde boodschappen naar zijn diplomatieke posten over de hele wereld. Verbonden via de ether, met technologie die je eerder zou verwachten in een spionageroman uit de Koude Oorlog.
Sinds eind 2003 maakt het regime gebruik van een zelfontwikkelde ARQ-modem, (Automatic Repeat reQuest Modem.) Het is een technologie die wordt gebruikt om betrouwbare gegevensoverdracht over onbetrouwbare communicatiekanalen te garanderen En dat is geen verouderd experiment: het is hun enige communicatiemethode geworden. De dagen van morsecode en RTTY zijn voorbij; vandaag de dag worden berichten digitaal verstuurd met een efficiënt eigen protocol.
De inhoud? Meestal niets dat de gemiddelde luisteraar wijzer maakt: lange rijen met gecodeerde vijf-cijfergroepen, waarschijnlijk onleesbaar zonder het juiste boekje of algoritme.
Heel af en toe glipt er iets begrijpelijkers tussendoor: een diplomatieke verklaring, een vertaald artikel, of contactgegevens van een visumaanvrager. Alsof het regime dan even zijn stem laat horen – zacht, gecontroleerd, maar hoorbaar.
Noord-Korea lijkt misschien stil, gesloten en onbereikbaar. Maar wie goed luistert naar de ruis op de kortegolfband, hoort een wereld die nog altijd in verbinding staat. Niet via glasvezel of satelliet, maar via de oude, pulserende hartslag van de kortgolf radiofrequentie.
Kortegolf leeft, 73
René Koolenbrander



