Soms vragen mensen me waarom ik nog steeds naar de kortegolf luister. Alsof het iets is uit een museum, naast de draaischijftelefoon en de videorecorder. Ik glimlach dan meestal. Want wie nooit echt heeft geluisterd, begrijpt niet wat kortegolf met je doet.
Mijn fascinatie begon niet met theorie of techniek, maar met verwondering. Dat moment waarop je ’s avonds aan de knop draait, de ruis langzaam verschuift en ineens, bijna toevallig, een stem opduikt. Een nieuwslezer uit een ander werelddeel, een onbekende taal, muziek die hier nooit op de radio te horen is. Het voelt elke keer weer als een kleine overwinning, alsof je de wereld zelf even hebt gevangen.
Kortegolf is ooit ontstaan uit pure nieuwsgierigheid. Radiopioniers ontdekten dat die korte golven, die eerst werden afgedaan als nutteloos, via de ionosfeer de aarde rond konden reizen. Dat idee alleen al vind ik prachtig: signalen die tegen de hemel kaatsen en ergens anders weer neerdalen. Als luisteraar word je onderdeel van dat natuurkundige wonder.
Wat mij raakt, is dat kortegolf nooit massaal of makkelijk is geweest. Je moet er tijd voor nemen. Luisteren. Wachten. Accepteren dat niet alles lukt. Soms hoor je alleen ruis, soms fading, soms helemaal niets. En dan, onverwacht, is daar dat ene station. Dat maakt het persoonlijk. Je hebt het niet gekregen, je hebt het gevonden.

In een tijd waarin alles direct beschikbaar is, blijft kortegolf eigenwijs langzaam. Geen algoritme dat voor je kiest, geen perfecte geluidskwaliteit. Alleen jij, een ontvanger en de ether. Misschien is dat precies waarom ik er al jaren naar luister. Omdat kortegolf me herinnert aan hoe bijzonder luisteren kan zijn.
En zolang er stemmen blijven zweven boven onze hoofden, blijf ik zoeken in de ruis.
Kortegolf leeft, René Koolenbrander
Auteur/columnist



