Wat is dat toch met ons radiofanaten? Eén ontvanger, of zelfs een transceiver, is vaak niet genoeg. Er zit iets verslavends in het geluid van ruis, het draaien aan knoppen, het zoeken naar dat ene signaal tussen de flarden van de ether.

En als je een zwak hebt voor oud radiospul, dan is een radiomarkt of Marktplaats het ware mekka om je hebzucht te voeden. Je loopt er altijd wel tegen een setje aan dat je ooit hebt gehad — en in een vlaag van verstandsverbijstering weer hebt weggedaan — maar dat je nu tóch weer terug wilt zien schitteren op je plank. Alleen… die plank is niet oneindig.
Ik heb mijn eigen afreageerhok, de helft van mijn blokhut achter in de tuin. Daar kan ik, in de late avonduren of diep in de nacht, ongestoord mijn gang gaan. Niemand die ik tot overlast ben. Maar ook zo’n blokhutje kent zijn grenzen — vol is vol.
Vorige week kocht ik een Mini Whip voor mijn SDR-ontvanger. De verkoper had echter ook nog een prachtige Sailor T46 staan. En toen dacht ik: die is leuk om weer eens naar Radio Caroline of wat middengolfpiraten te luisteren. Zo gedacht, zo gedaan. Alleen… toen het pakket hier in Lelystad aankwam, bleek het transport niet helemaal vlekkeloos verlopen. De post had haar niet zachtzinnig behandeld.
Na wat speurwerk, soldeerwerk aan cruciale punten, en het opnieuw gangbaar maken van de afstemcondensator — met dank aan de tips van de groep — kwam de oude dame langzaam weer tot leven. En toen, ineens, klonk ze. Radio Caroline, helder en krachtig, door de speaker. Wat een moment.

Mijn vrouw, Astrid, stond het allemaal eens hoofdschuddend te bekijken.
‘En waar ga je dat ding dan neerzetten?’ vroeg ze.
Tja… dat is even een dingetje.
‘Ik dacht aan de muur,’ zei ik, terwijl ik de Sailor bewonderend bekeek. ‘Maar dan moeten de beugel, de meetsnoeren en de coaxkabels weer ergens anders heen.’
Afijn — het wordt passen en meten. Eigenlijk heb ik geen plek meer. Maar ach… het luistert zó lekker, die middengolf en kortegolf.



