Je hebt van die wetten in de radiowereld die onomstotelijk lijken. “Antennes moeten hoog, vrij en buiten staan,” roept menig amateur in koor. Maar wie mij vraagt naar mijn shack, krijgt een heel ander verhaal te horen. Aan mijn gevel hangt geen glimmend aluminium, en in de tuin staat geen mast die de buren angst inboezemt.
Nee, mijn hele antennepark bevindt zich ‘onder de kap’. Op zolder, uit het zicht, veilig voor weer, wind en de kritische blikken van de buurtvereniging. Natuurlijk, ik weet dat ik mezelf hiermee beperkingen opleg. Een dak vol isolatiefolie, dakpannen en betonijzer vormt een natuurlijke vijand voor hoogfrequente signalen.

Maar dat is nu juist de essentie. Voor mij is de hobby geen kwestie van met brute kracht en honderden watts de ether inrammen. Het is pure sport. De sport om met een handicap tóch die unieke, flinterdunne signalen uit de ruis te vissen. DX-en in de luwte. Mijn zolder is een tactisch slagveld vol creatieve oplossingen. Geen meterslange verticalen, maar een arsenaal aan compacte specialisten.
Er hangen diverse Magnetic Loop antennes, die als een magisch schild de elektrische storing in huis negeren en puur het magnetische veld opvangen. Daarnaast staat de veelzijdige Komunica PRO 1 paraat, hangt er een actieve MLA-30 ringantenne voor het fijne ontvangstwerk, en ja, soms schuif ik voor het snelle werk gewoon de standaard telescoopantennes uit. De echte magie van deze opstelling komt pas echt tot leven tijdens de vaste testavonden met een bevriende zendamateur.
Samen hebben we er een sport van gemaakt om de grenzen van het haalbare op te zoeken. We draaien parallelle ontvangsttesten, vergelijken locaties en proberen met uiterste precisie te kijken wat we allemaal binnen kunnen halen.

Het is een jacht op signalen die de hele wereld overbruggen, rechtstreeks onze luisterposten in.Tijdens zo’n recente testavond op de 11-meterband stonden de kaarten er fascinerend voor. Naast elkaar glommen mijn President Washington, een rasechte CB-transceiver, en mijn Tecsun S2000 wereldontvanger. Waar de President op de loops en de Komunica de strijd moest staken in de zolderruis, blies de Tecsun de zwakke wereldsignalen nieuw leven in.
Je zou verwachten dat de President Washington, gebouwd voor het ruige CB-werk, de winnaar zou zijn. Maar juist daar, onder de kap, toonde de Tecsun zijn ware meesterschap. Waar een grote buitenantenne de Tecsun direct zou oversturen met een overdaad aan signaal, bleken mijn zolderantennes zoals de MLA-30 juist zijn geheime wapen.
Omdat deze antennes door de dakconstructie al minder signaalsterkte doorlaten, raakt de Tecsun niet overstuurd. De hooggevoelige filters en de loepzuivere BFO van de wereldontvanger visten de signalen op die de President domweg over het hoofd zag. Wat een nadeel leek, de beperkte antenneopstelling, werd plotseling de perfecte match voor de gevoelige circuits van de breedbandontvanger.
Het herinnerde me er weer aan waarom ik deze hobby, zeker in teamverband, zo intens mooi vind. Radioamateur zijn gaat niet over wie de grootste mast heeft. Het gaat over het begrijpen van de ether, het slim matchen van een MLA-30 aan de juiste set, en het samen vieren van de overwinning wanneer een signaal van de andere kant van de aardbol tóch door het dakvlak dringt. Onzichtbaar voor de buitenwereld, maar luid en duidelijk voor het getrainde oor.
Met vriendelijke groet René Koolenbrander
Auteur/columnist



